100% onafhankelijk: wij vergelijken, jij bespaart
Onafhankelijk prijzen vergelijkenPrijzen incl. btw, dagelijks gecontroleerdbol.com, Coolblue, Amazon & meer100% gratis, geen account nodig

Wet van Ohm berekenen

Kies welke twee waarden je kent — U, I, R of P — en de calculator berekent de andere twee met de wet van Ohm en de vermogensformule.

V
A
Weerstand (R)23 Ω
Vermogen (P)2.300 W
Spanning (U) (ingevuld)230 V
Stroom (I) (ingevuld)10 A
Gebruikte formulesR = U/I · P = U·I

De berekening geldt voor gelijkspanning en ohmse belastingen. Aanpassingen aan een huisinstallatie zijn werk voor een erkend installateur.

Formuledriehoek voor de wet van Ohm: spanning, stroom en weerstandUIRdek af wat je zoektU = I × Rspanning (V)I = U ÷ Rstroom (A)R = U ÷ Iweerstand (Ω)P = U × Ivermogen (W)
De formuledriehoek van de wet van Ohm: dek af wat je zoekt — U = I × R, I = U ÷ R, R = U ÷ I — plus de vermogensformule P = U × I.

De wet van Ohm (U = I × R) en de vermogensformule (P = U × I) zijn de twee basisrelaties van elke elektrische schakeling. Ken je twee van de vier grootheden — spanning in volt, stroom in ampère, weerstand in ohm of vermogen in watt — dan liggen de andere twee vast. Kies hierboven het paar dat je kent en de calculator past automatisch de juiste afgeleide formule toe, inclusief P = I²×R en P = U²/R. Handig voor huiswerk, het dimensioneren van een voorschakelweerstand, of om snel te checken hoeveel ampère een apparaat trekt op een groep. Wil je vervolgens weten wat dat vermogen aan stroom kóst? Reken watt om naar verbruik met watt naar kWh en naar euro's met kWh naar euro.

De wet van Ohm in één formule

Georg Simon Ohm publiceerde in 1827 de relatie die nog altijd de basis is van elke elektrische berekening: de spanning (U) over een weerstand is gelijk aan de stroom (I) door die weerstand maal de weerstandswaarde (R). Oftewel U = I × R.

Een voorbeeld: een lampje met een weerstand van 50 Ω aangesloten op 12 V laat een stroom lopen van I = U/R = 12/50 = 0,24 A. Het vermogen dat de lamp opneemt is P = U × I = 12 × 0,24 = 2,88 W. Met deze twee relaties en hun algebraïsche varianten reken je elk eenvoudig circuit door.

De vier grootheden

GrootheidSymboolEenheidWat het is
SpanningUvolt (V)Potentiaalverschil — 'duwt' de lading door de draad
StroomIampère (A)Hoeveel lading per seconde door het circuit loopt
WeerstandRohm (Ω)Mate waarin een component de stroom tegenhoudt
VermogenPwatt (W)Hoeveel energie per seconde wordt omgezet

De zes combinaties: welke formule gebruikt de calculator?

Uit de vier grootheden {U, I, R, P} kun je zes verschillende paren kiezen. Afhankelijk van je keuze past de calculator de juiste afgeleide toe:

BekendBerekendFormules
U en IR en PR = U/I · P = U×I
U en RI en PI = U/R · P = U²/R
U en PI en RI = P/U · R = U²/P
I en RU en PU = I×R · P = I²×R
I en PU en RU = P/I · R = P/I²
R en PU en II = √(P/R) · U = √(P×R)

Voorbeelden uit de praktijk

  • Gloeilamp 60 W op 230 V — I = P/U = 60/230 ≈ 0,26 A en R = U²/P ≈ 882 Ω.
  • Wasmachine 2.300 W op 230 V — I = 10 A: precies wat een standaard 16 A-groep aan continue belasting comfortabel aankan.
  • LED-lamp 9 W op 230 V — I = 0,04 A (40 mA), ruim 6× minder stroom dan een 60 W-gloeilamp.
  • Autoaccu 12 V met startmotor van 150 A — P = 12 × 150 = 1.800 W, kortstondig.
  • USB-C-oplader 65 W op 20 V — I = 3,25 A, conform de USB-PD-specificatie.

Veiligheid en grenzen van de berekening

Nederlandse groepen zijn meestal afgezekerd op 16 A bij 230 V; dat betekent maximaal 3.680 W per groep. Verlengsnoeren zijn vaak maar tot 10 A (2.300 W) gespecificeerd — lees altijd de opdruk. De formules gelden exact voor gelijkspanning en ohmse belastingen (verwarmingselementen, gloeilampen). Bij wisselstroom met motoren of transformatoren is P = U × I slechts het schijnbare vermogen; het werkelijke vermogen ligt door de faseverschuiving lager. Deze calculator rekent met het eenvoudige DC/ohmse geval.

Werk nooit aan een schakeling die onder spanning staat en laat aanpassingen aan de huisinstallatie over aan een erkend installateur.

Formule

U = I × R (wet van Ohm) · P = U × I (vermogensformule)Afgeleid via substitutie: P = I² × R en P = U² / RVoorbeeld — 60 W gloeilamp op 230 V: I = P/U = 60/230 ≈ 0,261 A R = U²/P = 230²/60 ≈ 881,67 Ω

Voorbeelden

  • U = 230 V en I = 10 A (wasmachine)R = 23 Ω · P = 2.300 W
  • U = 230 V en P = 60 W (gloeilamp)I = 0,261 A · R = 881,67 Ω
  • U = 12 V en I = 150 A (startmotor)R = 0,08 Ω · P = 1.800 W
  • R = 100 Ω en P = 9 WU = 30 V · I = 0,3 A
  • U = 230 V en R = 50 ΩI = 4,6 A · P = 1.058 W

Veelgestelde vragen

Wat als ik maar één waarde weet?
Dan is er niets te berekenen: met één grootheid zijn oneindig veel combinaties mogelijk. Je hebt altijd twee onafhankelijke waarden nodig. Op het typeplaatje van een apparaat staan meestal spanning (U) én vermogen (P) — dat paar is dus bijna altijd beschikbaar.
Hoeveel ampère trekt een apparaat van 2.000 W op 230 V?
I = P/U = 2.000/230 ≈ 8,7 A. Dat past op een 16 A-groep, maar samen met andere apparaten op dezelfde groep zit je snel aan de grens. Zware continuverbruikers zoals een waterkoker of droger staan daarom het liefst op een eigen groep.
Werkt de calculator ook voor 12 V-installaties?
Ja, de wet van Ohm geldt voor elke spanning. Vul bijvoorbeeld U = 12 en I = 5 in voor een campersysteem met 5 A belasting: R = 2,4 Ω en P = 60 W. Handig voor auto, camper, boot en accu-opstellingen.
Geldt de wet van Ohm ook voor leds?
Niet exact: leds zijn halfgeleiders en volgen geen lineaire spanning-stroomkromme. Voor het dimensioneren van een voorschakelweerstand werkt de wet wél, als je rekent met het spanningsverschil tussen voeding en de drempelspanning van de led. Voorbeeld: led met 2 V drempel op 12 V bij gewenste 20 mA geeft R = (12 − 2)/0,02 = 500 Ω.
Wat is het verschil tussen gelijkstroom en wisselstroom hier?
De basisformules gelden voor beide. Bij wisselstroom met spoelen of condensatoren (motoren, transformatoren) ontstaat faseverschuiving en splitst het vermogen in werkelijk, blind en schijnbaar vermogen. Voor zuiver ohmse belastingen zoals verwarmingselementen is er geen verschil; deze calculator rekent met dat geval.
Waarom kan ik niet drie waarden invullen?
Met drie waarden is het systeem overbepaald: de vierde volgt dan automatisch en zou tegenstrijdig kunnen zijn met wat je invulde. Daarom kies je precies één paar; de andere twee grootheden worden berekend.

Gerelateerde tools

Laatst bijgewerkt: 6 juli 2026

Prijsdalingen die we volgen

Prijzen dagelijks ververst · Alle aanbiedingen →