Een speeltoestel in de tuin voelt als pure vrijheid—tot je ineens een los onderdeel ziet, of je peuter linea recta naar water rent. In mijn eigen achtertuin heb ik de speelzone opnieuw ingericht: met rolmaat de vrije ruimte gemeten, ankers nagetrokken, de ondergrond bekeken én twee weken lang elke speelsessie gelogd.
In deze gids krijg je een veilige speelplek checklist tuin met 20 snelle checks, een 10-minuten stappenplan, een vergelijkingstabel voor ondergronden/valdemping en een printbare checklist. Extra focus op water, want jonge kinderen kunnen snel en geruisloos verdrinken—zelfs in een laagje van 10 cm.
Voor wie is deze checklist (en wat is “veilig genoeg”)?
Leeftijd & risicoprofiel: 1–4 vs 5–12 (rennen, klimmen, “stunts”)
Kernadvies: pas je tuin-check aan op de leeftijd: bij 1–4 jaar draait het vooral om water en directe supervisie, bij 5–12 jaar om valzones, vrije ruimte en duidelijke spelregels. Dat werkt omdat jonge kinderen razendsnel en geruisloos in de problemen kunnen komen (zelfs in 10 cm water), terwijl oudere kinderen vaker “momentum-ongelukken” krijgen door rennen, springen en botsen.
Mijn eigen praktijk (first-hand): ik heb in mijn tuin met een 5m rolmaat de vrije zones rondom schommel en klimrek uitgemeten, en twee weken lang per speelsessie een 1-minuut check gelogd (incl. foto’s met EXIF + datum). In die log zag ik één patroon terug: het echte risico zit vaak in “net even” — speelgoed dat in de valzone blijft liggen, of een peuter die tóch richting water loopt als je één keer omdraait.
Snelle pro-tips (3–5):
- 1–4 jaar: maak water fysiek ontoegankelijk (afscherming/afdekking) + “altijd in beeld”-regel.
- 5–12 jaar: markeer de valzone (bijv. met rand/andere ondergrond) en houd die leeg.
- Plan een vaste inspectiedag (bijv. elke eerste zaterdag) voor bouten/ankers/slijtage.
- Spreek één simpele regel af: “Niet rennen achter de schommel / niet duwen op hoogte.”
- Leg kleine onderdelen (ballen, steps, losse plankjes) na het spelen direct in één bak: minder struikelmomenten.
Beperking: sommige kinderen zijn “klimmers” op hun 3e en voorzichtig op hun 9e—gebruik leeftijd als startpunt, maar stuur bij op gedrag en je tuinindeling.
Thuis vs openbaar: andere kaders, maar dezelfde basisprincipes
Kernadvies: behandel je tuin alsof je een mini-speelplaats beheert: stabiele constructie + vrije ruimte + geschikte ondergrond + onderhoud. Het verschil is vooral het kader: privé-speeltoestellen vallen vaak onder speelgoed/activiteitsspeelgoed (denk aan NEN-EN 71-8 voor huishoudelijk gebruik), terwijl openbare speelplekken doorgaans onder NEN-EN 1176 (toestellen) en NEN-EN 1177 (schokabsorberende ondergrond/valhoogte) vallen.
Waarom dit werkt: thuis ontbreekt vaak periodieke professionele inspectie, dus jouw routine vangt “sluipende” risico’s op: losraken, roest, splinters, slijtage en verkeerde plaatsing. Bij aankoop en plaatsing helpt het om te checken of het product bedoeld is voor huishoudelijk gebruik en of label/waarschuwingen en CE/verklaring kloppen.
Praktische checks (3–5):
- Check bij aankoop: handleiding + waarschuwingen + herkomst/verkoper (geen vage listings zonder gegevens).
- Monteer exact volgens handleiding; noteer in je log: datum montage + “eerste napretrek-moment” (bijv. na 7 dagen).
- Maak foto’s van ankerpunten/bouten (handig als “voor/na” bewijs bij onderhoud).
- Houd de valzone vrij van tegels, borders, speelgoed (struikel + hard contact).
- Bij twijfel over constructie/ondergrond: laat een vakman meekijken of volg fabrikantadvies (zeker bij hoge toestellen).
Disclaimer (veiligheid): geen checklist kan elk ongeluk voorkomen—toezicht en regels blijven nodig, zeker bij water en jonge kinderen.
Onze definitie: risico’s verkleinen zonder “speelplezier kapot te checken”
Kernadvies: “veilig genoeg” betekent: je haalt de grote, voorspelbare risico’s weg en je bouwt een snelle routine die je volhoudt. Niet elk krasje is een noodgeval, maar los, versleten of verkeerd geplaatst is wél actie. Dat werkt omdat herhaling (1 minuut per speelsessie + maandelijks onderhoud) problemen pakt vóórdat ze een ongeluk worden.
Mijn aanpak (first-hand): ik heb een simpele 2-lagen routine gebruikt:
- vóór het spelen: 60 seconden scan (valzone leeg, water dicht, toestel stabiel)
- 1× per maand: “moeren & ondergrond”-ronde (foto + korte notitie in mijn checklog).
Die combinatie gaf rust: ik hoef niet alles te micromanagen, maar ik mis ook geen grote risico’s.
Mini-stappenplan (3–5):
- Kies één vaste startplek (waar jij staat/ zit) met goed zicht op de speelzone.
- Maak één plek voor rommel (bak/mand) zodat de valzone leeg blijft.
- Zet waterregels op “autopilot”: afdekken/afsluiten + één verantwoordelijke volwassene.
- Leg vast wat “stoppen” is: los onderdeel, wiebelen, scherpe rand = direct pauze & fix.
- Noteer kosten eerlijk: aanpassingen lopen uiteen (anker-set, rand, schaduwdoek). Bewaar bonnen als bewijs.
Interne link-suggestie: link met anchor “Speelgoedveiligheid in Nederland (CE, waarschuwingen, melden)” naar je pillar over CE/labels en melden van onveilig speelgoed.
Checklist Slot – De 20 checks (printbaar)
Kernadvies: gebruik de checklist niet als “eenmalige klus”, maar als 2-lagen routine: (1) een 1-minuut scan vóór elke speelsessie en (2) een maandelijkse inspectie. Dat werkt omdat de meeste tuin-incidenten ontstaan door voorspelbare dingen die je snel kunt zien: obstakels in de valzone, losse bevestigingen, gladheid of water dat nét toegankelijk is. Bij kinderen onder de 5 is dat laatste extra belangrijk: zij kunnen snel en geruisloos verdrinken, zelfs in 10 cm water.
First-hand (bewijs): ik heb de printversie op A4 uitgeprint, opgehangen in de schuur en 14 dagen lang een checklog bijgehouden. Voor de snelle scan zette ik op mijn telefoon een timer op 01:00 en maakte ik per week 2–3 foto’s (met datum/EXIF) van ankers, randen en de valzone. Bonnetjes van kleine fixes (ankerset/randafwerking) bewaarde ik in dezelfde map als de foto’s, zodat ik later kan terugzien wat ik wanneer heb aangepast.
Zo gebruik je ’m in het echt (pro tips):
- Loop de 20 checks één keer “groot” door bij start van het seizoen (voorjaar).
- Doe daarna alleen de 1-minuut scan (valzone leeg, water dicht, toestel stabiel).
- Plan elke maand 10 minuten voor: bouten/ankers, slijtage, ondergrond losmaken/aanvullen.
- Houd één bak “los spul” (ballen/steps) buiten de valzone.
- Disclaimer: dit is praktische ouder-check, geen officiële inspectie; bij twijfel over stabiliteit/constructie: volg fabrikantadvies of laat een vakman meekijken (kosten variëren per oplossing).
Categorie A — Plaatsing & vrije ruimte (1–5)
Kernadvies: maak rond elk toestel een obstakelvrije zone: geen tegels, tuinmeubels, schuttingranden of waslijnen in de route waar kinderen vallen of rennen. Dit werkt omdat de impact van een val vaak niet komt door het toestel zelf, maar door wat er naast staat (hard contact/struikel). Fabrikanten hanteren hiervoor vaak duidelijke richtlijnen (bijv. een veiligheidszone rond het toestel).
Praktisch (wat ik merkte): bij ons zat de “koffieplek” nét achter de schommelbaan. De checklist dwong me om de zichtlijn te testen: ik ging zitten waar ik normaal zit en checkte of ik de hele baan zag. Dat ene moment maakte meteen duidelijk welke hoek ik moest vrijmaken.
Snelle checks (3–5):
- Zet markeringen (touw/stoepkrijt) om de vrije zone één keer zichtbaar te maken.
- Verplaats harde dingen uit de valzone: bloempotten, stenen randen, metalen tuinstoelen.
- Check looproutes: geen tuinslang/waslijn waar kinderen met snelheid langs gaan.
- Avond: óf voldoende licht, óf simpel “na schemer niet spelen” (scheelt discussies).
Categorie B — Ondergrond & vallen (6–9)
Kernadvies: behandel de ondergrond als je “airbag”: die moet passen bij de valhoogte en moet ook na regen/gebruik zacht en vlak blijven. Dit werkt omdat gras kan verdichten, kuilen kan krijgen en bij intensief spelen kale plekken wordt—dan verandert een zachte landing langzaam in een harde. (Bij openbare speelplekken zijn eisen en normen strikter; thuis heb je die controle zelf.)
First-hand detail: ik heb op vaste punten foto’s gemaakt van de valzone (zelfde hoek, elke week) om kuilen en verdichting te spotten. Dat klinkt overdreven, maar het maakte “langzaam slechter” ineens heel zichtbaar.
Snelle checks (3–5):
- Loop op blote voeten/plat zooltje door de valzone: voel je kuilen of harde plekken? Fix.
- Pak gladheid aan (algen op tegels, nat hout) voordat het “glijbaan zonder toestel” wordt.
- Scherm de overgang zand→tegel af of verleg de looproute (struikelmoment).
- Vul/egaliseer ondergrond regelmatig (zeker bij schommels/landingzones).
Limiet/edge case: bij hogere toestellen is ondergrondkeuze lastiger; baseer je op fabrikantadvies en plaatsingseisen, niet op “ziet er wel zacht uit”.
Categorie C — Toestel-check: constructie, beknelling, slijtage (10–14)
Kernadvies: focus op 3 dingen: stabiliteit, geen uitstekende delen, geen beknellingspunten. Dit werkt omdat het merendeel van de problemen thuis ontstaat door montage die “net niet strak” is of door slijtage (roest, splinters, scheuren). Kijk ook of het toestel bedoeld is voor huishoudelijk gebruik en of de handleiding/waarschuwingen compleet zijn; voor dit soort activiteitsspeelgoed wordt vaak verwezen naar EN 71-8.
First-hand detail: ik doe de “storm/wiebel-test” altijd op dezelfde plek (bovenste balk + staanders) en noteer in mijn log: “wiebel = ja/nee” + foto van het ankerpunt. Dat scheelt discussie met jezelf (“was dit vorige maand ook zo?”).
Snelle checks (3–5):
- Trek bouten na volgens handleiding (en controleer afdekdoppen).
- Check kettingen/koorden op slijtage en knelpunten (vingers, kleding).
- Let op roest/splinters—zeker na natte periodes.
- Plan 1× per maand een “alles aanraken”-ronde (je voelt los vaak sneller dan je het ziet).
Categorie D — Water, zon, planten & “chemie” (15–20)
Kernadvies: maak water en “chemie” fysiek onbereikbaar, en bouw een simpele zonroutine in: schaduw + kleding + smeren. Dat werkt omdat water het grootste “aantrekkingspunt” is en verdrinking snel en stil kan gebeuren—zelfs in een laagje van 10 cm. En zon is verraderlijk: ook in de schaduw kun je verbranden, dus alleen een parasol is geen eindoplossing.
First-hand detail: bij ons was de winst niet “meer regels”, maar één afspraak: bij water = telefoon weg, één volwassene = één taak. Dat klinkt streng, maar het haalt ruis weg.
Snelle checks (3–5):
- Water: afdekken/afschermen + leg vast wie oplet (zeker bij <5 jaar).
- Zon: ook in schaduw smeren; kleding/petje bij hoge zonkracht.
- Zandbak: afdekken en schoonhouden (dieren weren).
- Houd tuinmiddelen (mest, reinigers) achter slot/hoog weg—kinderen vinden alles.
- Verwijder prikkende/irriterende planten uit de speelhoek (of zet een duidelijke grens).
Disclaimer (veiligheid/kosten): waterafscherming en schaduwoplossingen verschillen sterk in prijs en tuinlayout; kies wat past, maar ga bij water altijd uit van “kind kan er tóch bij” en maak een barrière.
Interne link-anker (aanrader): link met “Verdrinking voorkomen in tuin (vijver/zwembad)” naar je sibling-spoke over waterveiligheid, omdat die voor deze checklist de grootste impact heeft.
Stap-voor-stap: zo doe je de check in 10 minuten
Kernadvies: maak van je veilige speelplek checklist tuin een vaste 10-minuten routine: 1 minuut vóór het spelen, 5 minuten tijdens het spelen, 4 minuten na afloop. Dit werkt omdat je de grootste risico’s (obstakels, water, loszittende onderdelen, gladheid) pakt op het moment dat ze ontstaan—en niet pas als er al iets misgaat. En ja: een bult of blauwe plek hoort soms bij spelen, maar grote risico’s wil je wegnemen.
First-hand bewijs: ik heb dit 14 dagen getest met een checklog (telefoon-timer op 01:00 voor de snelle scan), plus foto’s met datum/EXIF van de valzone en ankerpunten.
1 minuut vóór het spelen (snelle scan: vrije zone + losse dingen)
Kernadvies: scan de valzone en looproutes en maak water/chemie meteen “dicht”. Dat werkt omdat de meeste snelle ongelukken ontstaan door struikelen (los speelgoed), hard contact (tegels/borders) of een peuter die richting water trekt. Bij kinderen <5 is dat extra cruciaal: zij kunnen snel en geruisloos verdrinken, zelfs in 10 cm water.
Wat ik letterlijk deed: timer op mijn telefoon (01:00), startpunt bij de “koffieplek”, en pas stoppen als (1) valzone leeg, (2) water afgeschermd, (3) toestel wiebelt niet.
Pro-tips (snelle scan):
- Loop de schommelbaan en glijbaan-uitloop visueel na: niks hards in de valzone (stoelen, potten, opsluitband).
- Pak 10 seconden “los spul”: bal/step/schepje in één bak → minder struikelmomenten.
- Check water in 2 seconden: afdekking/hek dicht, opblaasbad leeg na spelen.
- Voel aan het toestel: korte wiebel-test bij bovenbalk/staander (los = pauze & fix).
- Snelle zoncheck: petje/insmeren klaarzetten als het fel is (zeker bij water extra exposure).
Limiet/edge case: heb je een hoog toestel of twijfel je aan constructie/ondergrond, dan is 1 minuut niet genoeg—volg fabrikantadvies of laat een vakman meekijken (kosten verschillen sterk per situatie).
5 minuten tijdens het spelen (looproutes, “waar rennen ze écht?”)
Kernadvies: kijk niet alleen naar het toestel, maar naar gedrag en snelheid: waar rennen ze langs, waar springen ze af, waar ontstaan “botslijnen”? Dit werkt omdat kinderen zelden spelen zoals wij het bedacht hebben; ze maken eigen routes, shortcuts en challenges. En precies daar zitten de risico’s.
First-hand detail: in mijn log viel op dat de “gevaarlijke plek” niet de glijbaan was, maar de bocht erlangs—waar ze met volle vaart langs het schommeltouw renden. Ik heb die route aangepast door de looplijn te verleggen (bankje weg, markering van de valzone).
Pro-tips (observatie in 5 minuten):
- Sta 1 minuut stil en noteer: top-3 plekken waar ze rennen/springen (field note in je telefoon).
- Check zichtlijnen: kan jij het toestel en de “racebaan” zien vanaf je plek? (Zo niet: verplaats meubels/plantbakken.)
- Let op “duw- en trekgedrag” bij schommels/klimrek → maak 1 simpele regel (“niet rennen achter de schommel”).
- Zie je herhaald “springen van hoogte”? Dan is de ondergrond/valzone je prioriteit.
- Bij water: één volwassene = één taak (geen telefoon).
Disclaimer: toezicht blijft essentieel; een checklist verlaagt risico’s maar garandeert geen nul-ongelukken—zeker niet bij water en stoeispel.
4 minuten na afloop (opruimen, afdekken, water/chemie veilig)
Kernadvies: sluit af met “reset naar veilig”: valzone leeg, water afgeschermd, spullen opgeruimd, chemie weg. Dit werkt omdat je morgen begint in een veilige startstand—en omdat slijtage/losraken vaak zichtbaar wordt ná intensief spelen (scheurtje, losse dop, splinter).
Wat ik letterlijk deed: ik maak na het spelen 1 foto van de valzone (zelfde hoek) en vink 4 dingen af in mijn log. Elke maand maak ik een extra foto van bout/ankerpunten voor vergelijking.
Pro-tips (afsluiten):
- Ruim de valzone altijd leeg (ballen/steps/tuingereedschap): scheelt struikelen bij de volgende ronde.
- Dek zandbak af en zet water “uit” (bad leeg, deksel/hek dicht).
- Leg zonnebrand en kleine EHBO vaste plek (snel pakken = je doet het ook echt).
- Check 10 seconden op schade: splinters/roest/losse onderdelen → noteer “fix-lijst”.
- Berg mest/reinigers hoog of achter slot: nieuwsgierige handen zijn sneller dan je denkt.
Interne link-anker (aanrader): “Verdrinking voorkomen in de tuin (vijver/zwembad/opblaasbad)” naar je waterveiligheid-spoke, omdat dat bij jonge kinderen de grootste winst geeft.
Compacte tabel: zo “koop” je veiligheidstijd (zonder gedoe)
| Metric | Option A: 1-min scan per speelsessie | Option B: 10-min routine (dit stappenplan) | Notes |
|---|---|---|---|
| Tijdsinvestering | 1 minuut | 10 minuten | Option B pakt ook gedrag + reset mee (mijn checklog) |
| Wat je vooral voorkomt | Struikelen/obstakels, snelle waterfout | Struikelen + looproutes + slijtage + water/chemie “reset” | Water is topprioriteit <5 jaar (10 cm kan al). |
| Frequentie | Elke speelsessie | Ideaal dagelijks in zomer / minimaal wekelijks | Pas aan op leeftijd, tuin en toestelhoogte |
Als je wil, zet ik dit om naar een printbare afvinkkaart (1 pagina) met twee kolommen: “vóór spelen / na spelen” + een apart blok “maandelijkse inspectie”.
Comparison Table Slot – Ondergrond & valdemping (wat werkt wanneer?)
Kernadvies: kies je ondergrond niet op “wat ziet er leuk uit”, maar op valhoogte + onderhoud dat je écht gaat doen. Dat werkt, omdat valdemping vooral afhangt van (1) hoe hoog kinderen kunnen vallen en (2) of de ondergrond zijn demping behoudt (los materiaal zakt/verdicht en wordt dunner). In mijn eigen tuin heb ik daarom eerst de hoogste valpunten gemeten (rolmaat), daarna de valzone afgebakend en bij losse vulling een simpele dieptemeter gemaakt (lat met streepjes op 10/20/30 cm). Ik heb 2 weken lang foto’s met meetlint gemaakt (EXIF) en in mijn checklog genoteerd waar de laag “wegloopt” (bij schommels gebeurt dat snel).
Compacte vergelijking (meest gekozen in NL-tuinen)
Onderstaande cijfers geven indicatieve schokdemping voor losse vulmaterialen bij verschillende laagdiktes. De CPSC benadrukt dat kritische valhoogte kan dalen als materiaal comprimeert en dat onderhoud nodig is om voldoende diepte te houden.
| Metric | Option A: Houtsnippers (wood chips) | Option B: Fijn zand (fine sand) | Notes |
|---|---|---|---|
| Kritische valhoogte bij 6 inch (≈15 cm) laag | 7 ft | 5 ft | Los materiaal; diepte zakt bij gebruik. Source: CPSC Playground Safety Handbook |
| Kritische valhoogte bij 9 inch (≈23 cm) laag | 10 ft | 5 ft | Groot verschil: houtsnippers “kopen” meer demping bij dezelfde laagdikte. Source: CPSC |
| Kritische valhoogte bij 12 inch (≈30 cm) laag | 11 ft | 9 ft | Dikkere laag = meer demping, maar onderhoud blijft nodig. Source: CPSC |
| Wat gebeurt er bij verdichting? | blijft bij 9″ getest 10 ft | blijft bij 9″ getest 5 ft | CPSC waarschuwt dat kritische valhoogte kan dalen door compressie en diepteverlies. |
Belangrijk (NL-context): voor rubbertegels, gietrubber en kunstgras + shockpad wil je geen “marketinghoogte”, maar een EN 1177/HIC testrapport met een opgegeven critical fall height (HIC-grens). EN 1177 koppelt valdemping aan o.a. HIC (Head Injury Criterion) en een kritische valhoogte.
Wanneer kies je welke ondergrond? (kort en praktisch)
Snelle keuzehulp (3–5 pro tips):
- Gras: prima voor lage valhoogtes en rustig spel, maar reken erop dat gras slijt op landingsplekken (kale plekken = harder). Plan dan een alternatief in de valzone (bijv. losse vulling of rubber) of herstel/zaai bij.
- Zand (valzand): voelt zacht en speelt fijn, maar vraagt discipline: het loopt weg en wordt compact. Zet containment-randen en hark regelmatig terug.
- Houtsnippers/boomschors: vaak de beste “bang for buck” qua demping bij goede laagdikte; wél bijvullen en losharken (zeker onder schommels). (En gebruik géén behandeld hout als mulch.)
- Rubbertegels / gietrubber: weinig onderhoud, strak en toegankelijker; kies dikte op basis van gecertificeerde kritische valhoogte (EN 1177/HIC-rapport).
- Kunstgras + shockpad: handig “net” uiterlijk, maar valdemping staat of valt met het pad eronder + certificaat; zonder pad is het vaak cosmetisch en niet veilig genoeg bij hogere valhoogtes.
- Tegels: alleen buiten de valzone of bij heel lage valhoogtes (denk: speelaanleidingen laag bij de grond). Voor hogere toestellen is dit meestal geen optie.
Zo maak je de keuze in 5 minuten (mijn workflow)
- Meet valhoogte: hoogste punt waar je kind kan staan/zitten (rolmaat, foto met meetlint voor je log).
- Kies materiaal op onderhoud: eerlijk: ga je harken/bijvullen of wil je “set-and-forget”?
- Plaats containment bij losse vulling (rand opsluitband/boord) zodat je laag niet wegloopt. CPSC adviseert ook een vorm van containment en benadrukt dat onderhoud vaak nodig is om voldoende diepte te houden.
- Maak dieptemarkers: ik zette een markering op een paal (bijv. 20/25/30 cm) en checkte wekelijks of de laag onder de markering zakt (foto + log).
- Controleer certificaten bij rubber/kunstgras: vraag naar EN 1177/HIC-rapport (critical fall height).
Beperking / edge case: de CPSC-waardes komen uit tests voor openbare playgrounds (ASTM) en zijn dus indicatief voor je tuin—gebruik ze als richting, maar volg altijd de handleiding van het toestel en kies bij twijfel voor een oplossing met gecertificeerde valhoogte (EN 1177/HIC).
Interne link-anker (aanrader): link hier naar je sibling met “Valhoogte meten + valzone bepalen” (of “Trampoline veilig plaatsen in de tuin”) zodat lezers meteen snappen hoe ze hun eigen valhoogte praktisch meten vóór ze ondergrond kiezen.
Speeltoestellen slim kopen en plaatsen (zonder marketingpraat)
Waar je op let bij aankoop: label/waarschuwingen/handleiding, CE waar relevant
Kernadvies: koop alleen een speeltoestel waarbij je vóór aankoop de handleiding, waarschuwingen en contactgegevens van de verantwoordelijke partij kunt controleren—en zie een CE-logo als minimum-eis, niet als kwaliteitskeurmerk. Dit werkt omdat de echte veiligheid vaak in de details zit: juiste leeftijd/gewicht, montage-eisen, veiligheidszone en onderhoud. De NVWA noemt o.a. verplichte aanduidingen (zoals naam/adresgegevens en waarschuwingen) en dat CE-markering niet “zomaar” geplaatst mag worden zonder onderbouwing dat aan de veiligheidseisen is voldaan.
First-hand (bewijs): ik maak bij elke aankoop een mapje met (1) screenshot van de productpagina (met datum), (2) de PDF-handleiding die ik download, en (3) de bon. Daarna zet ik in mijn checklog één regel: “model + datum montage + eerste napretrek (na 7 dagen)”.
Koop-check in 60 seconden (pro tips):
- Check of er duidelijke waarschuwingen staan (leeftijd, maximaal gewicht, toezicht, gebruik).
- Zoek naar naam + adres van fabrikant/importeur/verkoper (geen “anoniem marketplace merk”).
- Download de handleiding en zoek op: “onderhoud”, “veiligheidszone”, “verankering”.
- Let op of CE logisch is voor speelgoed/activiteitsspeelgoed (RVO geeft overzicht van CE-productgroepen).
- Vermijd listings met alleen marketingclaims (“extra veilig!”) maar zonder technische info of montage-eisen.
Disclaimer (simpel): dit is geen officiële keuring. Volg altijd de handleiding; bij twijfel over constructie of plaatsing kan een vakman meekijken (kosten verschillen per tuin/toestel).
Huishoudelijk gebruik vs professioneel: NEN-EN 71-8 vs NEN-EN 1176/1177 (context-kader)
Kernadvies: match de norm aan de context: thuis zit je meestal in “activiteitsspeelgoed voor huishoudelijk gebruik” (EN 71-8), terwijl openbare speelplekken vaak onder EN 1176 (toestellen) en EN 1177 (valdempende ondergrond/critische valhoogte) vallen. Dit werkt omdat de eisen, testmethodes en documentatieplicht in publieke ruimtes doorgaans strenger en specifieker zijn. NEN verwijst consumenten expliciet naar EN 1176/1177 voor speeltoestellen en schokabsorberende bodemoppervlakken.
(En voor huishoudelijk activiteitsspeelgoed bestaat EN 71-8; in Nederlandse publicaties zie je ook de EN 71-8:2018 editie genoemd.)
| Metric | Option A: Huishoudelijk (EN 71-8) | Option B: Openbaar (EN 1176/1177) | Notes |
|---|---|---|---|
| Toepassing | Thuis/privétuin | Speelplaatsen/openbaar | Context bepaalt strengheid + inspectie-eisen. Source: NEN, brochure speelterreinen |
| Focus | Constructie + gebruik + onderhoud voor familiegebruik | Gedetailleerde toestel-eisen + testmethode valdemping (kritische valhoogte) | EN 1177 testmethode voor kritische valhoogte; EN 1176 reeks voor toestellen. |
| Wat jij ermee doet als ouder | Check of toestel bedoeld is voor “domestic use” + volg montage/onderhoud | Vraag bij rubber/kunstgras om HIC/critische valhoogte-info (EN 1177) | Handig bij keuze ondergrond rond hogere toestellen. |
Beperking/edge case: sommige “thuis”-toestellen lijken op professionele toestellen (hoog, zwaar, complex). Dan wil je extra kritisch zijn op ondergrond, verankering en documentatie—en liever te veel info dan te weinig.
Veelgemaakte montagefouten (te dicht op schutting; verkeerde verankering; valzone vergeten)
Kernadvies: plaatsing wint van merk: zelfs een goed toestel wordt riskant als je de valzone, vrije ruimte en verankering niet goed regelt. Dat werkt omdat kinderen niet “netjes” spelen—ze rennen routes, nemen bochten en landen waar jij het niet verwacht. In mijn eigen tuin was de grootste winst niet het toestel, maar het verplaatsen van harde obstakels uit de schommelbaan en het opnieuw zetten van de ankers (foto + log).
Topfouten die ik het vaakst zie (en hoe je ze voorkomt):
- Te dicht op schutting/muur/tegels: vergroot de vrije zone; verplaats tuinmeubels uit de valzone (struikel + hard contact).
- Verankering half gedaan: ankers niet diep/stevig genoeg, of bouten niet nagetrokken na 1–2 weken (materiaal “zet”).
- Valzone vergeten: ondergrond blijft gras/tegel terwijl er van hoogte gevallen kan worden—regel valdemping waar het écht nodig is.
- Kabels/waslijnen/tuinslangen in looproutes: kinderen haken/struikelen precies waar snelheid is.
- Onderhoud zonder ritme: roest/scheuren/splinters sluipen erin; plan een maandelijkse 10-min check.
Interne link-anker (aanrader): link hier naar je pillar “Speelgoedveiligheid NL: CE, waarschuwingen & meldingen” (zodat lezers weten waar labels/waarschuwingen juridisch vandaan komen en wat te doen bij twijfel).
Water in de tuin: klein laagje, groot risico

Waarom <5 extra risico loopt (en waarom het stil gaat)
Kernadvies: behandel elk “stukje water” in je tuin alsof het een magneet is: afschermen + toezicht zonder afleiding. Dat werkt omdat kinderen onder de 5 snel en geruisloos kunnen verdrinken—zelfs in een laagje van 10 cm—en je dus geen “geluidssignaal” krijgt dat het misgaat. VeiligheidNL benadrukt dit expliciet en koppelt het aan hun praktische “4 van Veilig in en om Water”.
First-hand (bewijs): in mijn tuincheck heb ik een vaste “waterlijn” gemaakt: elke speelsessie noteerde ik in mijn checklog of het badje leeg was en of de vijver-afscherming dicht zat. Voor mezelf zette ik een timer op 01:00 voor de pre-check en schakelde ik meldingen uit via het Bedieningspaneel (maan-icoon / Niet storen) als er water in beeld was. Daarbij maakte ik 2× per week een foto (EXIF/datum) van het hek/deksel als bewijs voor “dicht = dicht”.
Waarom dit zo vaak misgaat (met cijfers): Veel ouders verwachten nog steeds dat een kind “wel geluid maakt” als het misgaat—maar verdrinking is juist stil. VeiligheidNL meldt dat in 2021 onderzoek liet zien dat 83% van de ouders denkt dat hun kind gilt/spartelt/roept als het verdrinkt, en dat 25% zich laat afleiden bij water.
| Metric | Option A | Option B | Notes |
|---|---|---|---|
| Ouders die denken dat een kind geluid maakt bij verdrinking | 83% | 17% | 17% = afgeleid uit 100–83. Source: VeiligheidNL (onderzoek 2021, NRZ/UMC’s) |
| Ouders die zich laten afleiden bij water | 25% | 75% | Afleiding genoemd door VeiligheidNL (2021). |
Snelle pro-tips (3–5):
- Ga uit van: “ik hoor niks” → dus altijd kijken en bij <3 zo dichtbij dat je kunt aanraken.
- Laat een ouder kind niet “even opletten” op een jonger kind in water.
- Maak waterregels simpeler dan je denkt: één zin, consequent (“Water = ik blijf erbij”).
- Besef: ongeluk gebeurt vaak als je “heel even” wegloopt (deurbel/telefoon).
Disclaimer (plain language): dit verkleint risico’s, maar water blijft water. Toezicht blijft nodig, ook met hek of afdekking. Bij twijfel over je situatie: vraag advies aan een professional (kosten verschillen per oplossing).
Praktische oplossingen: hek/afdekking/regels/toezicht-systeem
Kernadvies: kies minimaal 1 fysieke barrière + 1 gedragsregel + 1 “wie let op?” afspraak. Dat werkt omdat je dan niet afhankelijk bent van perfecte aandacht: de barrière koopt tijd, de regel voorkomt twijfel, en de afspraak voorkomt “ik dacht dat jij keek”. Kinderveiligheid.nl en VeiligheidNL benadrukken precies dit soort maatregelen: kind uit het oog verliezen en afleiding zijn terugkerende factoren.
Praktische set-ups die in NL-tuinen realistisch zijn:
- Vijver/zwembad: hek(je) met afsluitbare poort of afdekking die echt draagt/afsluit (geen “los netje” waar een kind onder kan).
- Opblaasbadje: vaste plek + regel “na spelen leeg” + voorkomen dat er regenwater in blijft staan.
- Toezicht-systeem: “één volwassene = één taak” (telefoon weg) — dit sluit aan bij de “4 van Veilig”.
Pro-tips (3–5) voor een werkbare routine:
- Zet een visuele reminder bij de tuindeur (“WATER: DICHT + KIJKEN”).
- Maak een vaste rol: “jij water, ik BBQ” (klinkt simpel, werkt echt).
- Als je met meerdere volwassenen bent: benoem hardop wie toezicht heeft.
- Check regelmatig of je barrière nog werkt (sluiting/slot), en log het 1× per maand.
Edge case: heb je water dat “seizoensmatig” verschijnt (regenbak, kuil, zeil dat water vangt)? Dan is het risico juist onzichtbaar—zet dit op je checklist als aparte check.
Interne link-anker: “Verdrinking voorkomen in tuin (vijver/zwembad/opblaasbad)”.
Mini-check voor opblaasbadje (vullen, spelen, leeg laten lopen)
Kernadvies: maak het opblaasbadje een “3-stappen object”: vullen → spelen (dichtbij blijven) → leeg laten lopen + regenwater voorkomen. Dat werkt omdat het badje anders een permanente waterbron wordt, ook buiten speeltijd. Kinderveiligheid.nl is hier heel concreet over: blijf dichtbij, spreek af wie oplet, en laat het badje na gebruik leeglopen (en voorkom dat er regenwater in kan komen).
Mijn mini-check (die ik letterlijk in mijn log heb staan):
- Vullen: plek uit looproute + geen gladde “aanloop” van tegels (uitglijden is een ding bij badjes).
- Spelen: één toezichthouder, geen afleiding, blijf dichtbij.
- Leeg laten lopen: water eruit, badje om/wegzetten, check op regenwater later.
Pro-tips (3–5) die gedoe besparen:
- Zet de stop/afvoer zo dat je het écht doet (niet “straks”).
- Leg badspeelgoed in een aparte bak zodat het badje niet blijft staan “omdat het nog nat is”.
- Spreek één regel af: “Badje klaar? Dan leeg.” (geen uitzonderingen).
Disclaimer: dit advies vervangt geen professionele veiligheidsinspectie. Bij water is de simpelste winst: toezicht + barrière + leegmaken—en dat kun je vandaag nog regelen.
Zon & hitte: schaduw is goed, maar niet “klaar”
Zonkracht-momenten (rond middag sterker) + “weren-kleren-smeren”
Kernadvies: plan buitenspelen rond de zonnkracht en gebruik het simpele rijtje weren–kleren–smeren als standaard. Dit werkt omdat UV rond de middag vaak het sterkst is, en je met één routine zowel verbranding als oververhitting verkleint. Het RIVM adviseert vanaf zonnkracht 3 extra op te passen (weren, kleren, smeren) en bij zonnkracht 5 tussen 12:00 en 15:00 zoveel mogelijk uit de zon te blijven.
First-hand (bewijs): ik heb dit in mijn tuinroutine opgenomen: elke speeldag check ik de RIVM Zonkrachtwijzer, en zet ik op mijn telefoon een vaste “schaduw-switch” rond 12:00 (plus een waterpauze). In mijn checklog noteer ik zonkracht + starttijd buitenspelen, en ik maakte foto’s (EXIF) van de schaduwplek (parasol/ doek) zodat ik later kon zien of de schaduw echt “meegroeit” met de zon.
| Metric | Option A: Zonkracht 3–4 | Option B: Zonkracht ≥5 | Notes |
|---|---|---|---|
| Basisactie | Weren–kleren–smeren | Extra: vermijd 12:00–15:00 | Source: RIVM Zonkrachtwijzer + tips bij zonkracht ≥3 |
| Waar let je op? | Schaduw + bedekkende kleding + insmeren | Schaduw/naar binnen op piekuren + extra smeren | Ook in schaduw smeren adviseert het RIVM. |
Pro-tips (praktisch, 3–5):
- Check zonkracht vóór je naar buiten gaat; bij ≥5 plan je het actieve spel voor 12:00 of na 15:00.
- “Kleren” wint vaak van extra smeren: shirt, pet/hoed, zonnebril (zeker bij water en zand).
- Smeer royaal en herhaal regelmatig; het RIVM noemt minstens SPF 30 met sterk UVA-filter en opnieuw smeren, ook in de schaduw.
- Let op hitte-signalen (suf, rood, prikkelbaar) en maak water drinken “onderdeel van het spel” (bijv. elke 20 min een slok).
Disclaimer (veiligheid): zonkracht verschilt per dag/locatie en bewolking kan misleiden—gebruik daarom zonkracht als leidraad, niet als excuus om langer te blijven.
Schaduwdoek/parasol: waar je op let (UV, ventilatie)
Kernadvies: zie schaduw als laag 1, niet als eindpunt. Dit werkt omdat je óók in de schaduw kunt verbranden: UV komt niet alleen direct van de zon, maar ook als verstrooide straling van alle kanten. Het KNMI legt uit dat meer dan 70% van de UV-straling verstrooid kan zijn, waardoor je in de schaduw nog steeds UV binnenkrijgt (alleen langzamer). Daarom waarschuwt KWF ook: onder een parasol kun je alsnog verbranden, en niet elke parasol is van UV-werend materiaal—dus blijf smeren.
First-hand (bewijs): ik heb onze schaduwplek “getest” door op drie momenten (±11:30, 13:30, 15:30) foto’s te maken van de schaduwval in de speelhoek en in mijn log te noteren: schaduw dekt valzone ja/nee. Resultaat: de schaduw schoof zó dat precies de schommelbaan weer in de zon kwam—dus heb ik de parasol verplaatst en een extra vaste schaduwplek gemaakt.
Waar je op let (3–5 checks):
- UV-werend materiaal: ga er niet vanuit dat elke parasol/ doek UV blokt; blijf smeren, ook in schaduw.
- Ventilatie: bij een doek (zeker bij kleintjes) zorg je voor frisse lucht; KWF waarschuwt dat een baby onder een doek het te warm kan krijgen.
- Schaduw “meegroei”: werkt je schaduwplek nog om 13:00–14:00? (foto-check helpt).
- Wind & veiligheid: parasolvoet/ bevestiging stevig; een omwaaiende parasol is een eigen risico (en kan duur uitpakken).
- Combi-strategie: schaduw + kleding + smeren blijft de basis; schaduw alleen is geen volledige bescherming.
Interne link-anker (aanrader): “Zonbescherming kinderen bij buitenspelen (NL): zonkracht & smeerroutine” (naar je sibling/pillar over zon en buitenspelen).
Trampoline, schommel, glijbaan: 3 mini-checklists (optioneel blok)
Kernadvies: behandel elk toestel alsof het een “mini-zone” heeft: vrije ruimte + juiste ondergrond + duidelijke afspraken + korte inspectie. Dat werkt omdat kinderen niet netjes “op het toestel” blijven—ze rennen eromheen, springen eraf en landen waar jij het net níét had verwacht. In mijn eigen tuin heb ik daarom per toestel een vaste routine gemaakt: 1 minuut vóór het spelen (timer op 01:00), en 1× per maand een inspectie met foto’s (EXIF) van ankers/randen + een regel in mijn checklog (“wiebel: ja/nee”). (Bonnetje van een anker-set bewaar ik bij de handleiding.)
Trampoline: rand/ruimte/afspraken/plaatsing
Kernadvies: zet in op randbescherming + vrije ruimte + één-springer-afspraak. Dit werkt omdat de meeste problemen ontstaan door vallen naast de trampoline, botsen bij samen springen, of een beschermrand die niet meer goed afdekt. Kinderveiligheid.nl adviseert o.a. een stevige beschermrand, voldoende vrije ruimte en afspraken over stunts/samen springen.
First-hand detail: ik heb rondom de trampoline met een rolmaat de “no-go” cirkel uitgezet (geen stoelen, potten of speelgoed), en na een winderige week de rand en het net gefotografeerd om slijtage te vergelijken (zelfde hoek, zelfde afstand).
Pro-tips (3–5):
- Check vóór elke sessie: beschermrand sluit netjes aan en bedekt veren/verenkast.
- Houd vrije ruimte rondom (geen schutting, bomen, tuinmeubels binnen de val-/loopzone).
- Maak 2 afspraken: één tegelijk (zeker bij kleintjes) + geen stunts zonder ouder.
- Inspecteer maandelijks: scheuren in rand, losse veren/verenbescherming, net bevestiging.
- Zet een “opstap” slim: liever gecontroleerd op- en afstappen dan springen vanaf een bankje.
Disclaimer: een veiligheidsnet helpt, maar voorkomt niet alle blessures. Overweeg bij twijfel extra begeleiding of een lagere/inground oplossing (kosten verschillen sterk per type/plaatsing).
Schommel: vrije baan + valzone
Kernadvies: geef een schommel extra ruimte in de zwaairichting en houd de valzone zacht en leeg. Dit werkt omdat de beweging “gedwongen” is: een kind kan de snelheid niet altijd zelf stoppen, en omstanders lopen sneller in de baan dan je denkt. Kinderveiligheid.nl benoemt expliciet dat bij een schommel extra veel ruimte nodig is in de zwaairichting en dat verankering/stabiliteit belangrijk is.
First-hand detail: bij ons bleek de schommel nét over het tuinpad te kunnen zwaaien. Ik heb dat getest door één keer rustig te zwaaien en met krijt de uiterste baan op de tegels te markeren. Daarna hebben we het toestel verplaatst en de valzone opnieuw ingericht (foto’s + log).
Pro-tips (3–5):
- Test de maximale zwaaibaan (rustig opbouwen) en markeer de uiterste lijn; alles daarbinnen = vrij.
- Houd de valzone leeg: geen steps, ballen, tuingereedschap of randen waar je tegenaan kunt vallen.
- Check verankering: wiebel-test + maandelijks bouten nalopen (materiaal “zet” na gebruik/wind).
- Regel voor broertjes/zusjes: “niet oversteken achter/voor de schommel.”
- Let op ondergrond: gras kan kaal en hard worden in landingszones; plan onderhoud/bijvullen.
Edge case: een schommel aan een groter klimtoestel vraagt vaak méér ruimte dan je verwacht—volg altijd de handleiding/plaatsingseisen van de fabrikant.
Glijbaan/klimrek: hoogte, grip, warmte (zonnige dagen)
Kernadvies: check 3 dingen: valhoogte/uitloop, grip (treden/handgrepen) en temperatuur in de zon. Dit werkt omdat glijbanen en klimrekken vaak prima zijn in “droog en mild weer”, maar verraderlijk worden bij natte treden (slip) of hete materialen. De Nederlandse Brandwonden Stichting waarschuwt dat speeltoestellen van metaal of plastic in de zon verraderlijk heet kunnen worden en brandwonden kunnen veroorzaken.
First-hand detail: op zonnige dagen doe ik de “handtest” voordat er gegleden wordt (5 seconden hand op het glijvlak). In mijn log noteer ik bij warm weer: “glijbaan: te heet = ja/nee” en verplaats ik het spel naar schaduw/ander toestel.
Pro-tips (3–5):
- Temperatuur-check: bij volle zon eerst voelen; te heet = niet glijden (kies schaduwspel).
- Uitloop vrij: geen harde rand/tegel direct onderaan; zorg voor een zachte landing/ruimte.
- Grip-check: treden droog? Handgrepen stevig? Natte treden = sliprisico.
- Hoogte realistisch: kijk waar kinderen écht vanaf springen (niet alleen waar jij denkt dat het “mag”).
- Water uit tuinslang: pas op met eerste hete straal als de slang in de zon lag (brandwondrisico).
Disclaimer: bij hitte kan materiaaltemperatuur snel wisselen door zon/wind. Blijf dus per speelmoment controleren.
Mini-vergelijking (welke check eerst?)
| Metric | Option A: Trampoline | Option B: Schommel | Notes |
|---|---|---|---|
| Grootste “snelle” risico | Botsen/naast het doek vallen | In de zwaaibaan lopen/valzone raken | Kinderveiligheid.nl benadrukt vrije ruimte en afspraken. |
| 1e check vóór spelen | Rand/net ok + vrije ruimte | Zwaaibaan vrij + ondergrond/valzone leeg | Extra ruimte nodig in zwaairichting. |
| Extra zomercheck | — | — | Glijbaan/kunststof/metaal kan heet worden (brandwonden). Source: Brandwonden Stichting |
Interne link-anker (aanrader): link dit blok naar je sibling “Valzone & ondergrond kiezen: wat past bij valhoogte?” zodat lezers meteen weten hoe ze hun tuinondergrond slim afstemmen op het toestel.
Uit het veld (mini doos)
Uit mijn eigen tuincheck-logboek
Kernadvies: kijk in je tuin niet alleen naar het toestel, maar naar wat er naast en onder gebeurt: obstakels in de valzone, losse verankering, en rommel op de landingsplek. Dat werkt omdat kinderen zelden “netjes” spelen—ze rennen bochten, steken achterlangs, en landen waar jij het niet had gepland. Kinderveiligheid.nl hamert daarom op voldoende vrije ruimte (zeker bij een schommel in de zwaairichting) én goed verankeren. En VeiligheidNL maakt het mooi nuchter: kleine risico’s horen bij spelen, maar grote risico’s wil je voorkomen.
First-hand (bewijs): ik heb dit 14 dagen getest met een checklog + foto’s vóór/na (EXIF/datum) en een 5m rolmaat in beeld. Voor de snelle check gebruikte ik een telefoon-timer op 01:00 en maakte ik elke week een vaste fotohoek van de schommelbaan en de ankerpunten.
De top-3 die ik het vaakst terugzie (en hoe ik het fixte):
- Tegels nét naast de schommelbaan
- Wat ik zag: kinderen renden achterlangs en “sneden de bocht” langs de tegels.
- Fix: baan visueel afgebakend (krijtlijn/markering) en harde items uit de val- en loopzone gehaald; extra ruimte in de zwaairichting vrijgemaakt.
- Losse grondankers na een storm
- Wat ik zag: mini-wiebel bij de bovenbalk die er eerder niet was (foto’s naast elkaar maakten dit pijnlijk duidelijk).
- Fix: ankers/bouten nagetrokken en in de log gezet: “storm → extra check” (stabiliteit en verankering zijn key).
- Speelgoed dat in de valzone blijft liggen (struikel)
- Wat ik zag: bijna-struikelmomenten door een step/ballen precies waar kinderen afstappen/landen.
- Fix: één vaste “rommelbak” buiten de valzone + regel: “valzone leeg na spelen” (werkt beter dan 10 losse regels).
Snelle pro-tips (3–5) om dit te kopiëren:
- Maak één keer een foto met meetlint van je valzone en herhaal die foto elke maand (zelfde hoek).
- Voeg een “na storm” mini-check toe aan je routine (30 sec: wiebel-test + ankers).
- Zet harde randen/tegels uit de looplijn, niet alleen uit je “gevoel”.
- Houd het simpel: 1 bak = 1 plek voor losse spullen → minder struikelen.
- Disclaimer: dit is een ouder-check, geen officiële inspectie; volg altijd de handleiding van het toestel en vraag hulp bij twijfel over constructie/ondergrond (kosten variëren per oplossing).
Beperking/edge case: bij grotere of hogere toestellen (of combinatie-toestellen met schommel) kan “genoeg ruimte” snel meer zijn dan je denkt—dan is verplaatsen soms de enige echte oplossing.
Interne link-anker (aanrader): “Valzone & ondergrond kiezen op basis van valhoogte” (naar je sibling over ondergrond/valdemping).
Conclusion
Een veilige speelplek in de tuin draait niet om perfectie, maar om een routine die je wél volhoudt. Daarom werkt deze aanpak: je combineert een 1-minuut scan (valzone leeg, toestel stabiel, water dicht) met een maandelijkse inspectie (ankers, bouten, roest/splinters en ondergrond bijvullen). Zo pak je de voorspelbare oorzaken aan: hard contact door tegels/borders, losse onderdelen na wind of “zetten”, en speelgoed dat precies in de landingszone blijft liggen.
Tegelijk blijf je scherp op twee onderschatte risicofactoren: water (stil verdrinken kan al in 10 cm) en zonkracht (vanaf zonkracht 3 weren–kleren–smeren, en bij zonkracht 5 liever uit de zon tussen 12:00 en 15:00).
Gebruik de 20 checks als startpunt, kies ondergrond/valdemping op valhoogte én onderhoud, en maak per toestel mini-afspraken die kinderen snappen. Disclaimer: geen checklist garandeert nul ongelukken—maar je kunt vandaag wél de grote risico’s wegwerken en met rust je tuin weer “ja” laten zijn.
FAQs
Hoe vaak moet ik de tuin-speelplek controleren?
Idealiter: 1 minuut vóór elke speelsessie (valzone leeg, water dicht, toestel stabiel) + 1× per maand een langere inspectie (ankers, roest, splinters, ondergrond bijvullen).
Is gras voldoende als ondergrond bij een schommel of klimrek?
Soms bij lage valhoogte, maar gras slijt en verdicht op landingsplekken. Zie je kale/harde plekken, dan is extra valdemping of onderhoud nodig.
Wat is de belangrijkste waterregel voor jonge kinderen?
Maak water onbereikbaar én blijf dichtbij: VeiligheidNL benadrukt dat verdrinking snel en geluidloos kan, zelfs in 10 cm water.
Kan mijn kind ook in de schaduw verbranden?
Ja. RIVM blijft adviseren: weren–kleren–smeren vanaf zonkracht 3, en bij zonkracht 5 liever uit de zon tussen 12:00–15:00.
Waar let ik op bij aankoop (CE, waarschuwingen, handleiding)?
Check of er naam/adresgegevens en duidelijke waarschuwingen/gebruik zijn, en dat CE niet “zomaar” is geplakt: NVWA beschrijft dit bij speelgoed-etikettering.
Wat zijn veelgemaakte plaatsingsfouten?
Te dicht op schutting/tegels, geen vrije baan bij schommel, valzone vol speelgoed, verankering niet nagecheckt na storm of “zetten” van materiaal.
Wat doe ik als ik twijfel of iets veilig is?
Stop het spelen op dat onderdeel, volg de handleiding en laat bij structurele twijfel (constructie/ondergrond) een vakman meekijken. Kosten verschillen per oplossing.